Recensie in het Westfries Dagblad van 29-12-2003:

 

Mannenkoor afwisselend

           

Kerstconcert door het Westfries Mannenkoor onder leiding van André Kaart en begeleid door Rinus Groot op de vleugel. Met medewerking van het Vrouwenensemble Westfrisia en de solisten Arjan Wiering (tenor), Afra Koomen (sopraan), Hans van Niekerk (bariton), Burkhard Weitz (bas) en Bianca de Heer (sopraan). Tweede Kerstdag was dit concert te beluisteren in de Oosterkerk (HOORN).

 

De opzet van het Westfries Mannenkoor om op tweede Kerstdag een kerstconcert te geven is traditioneel. Ten aanzien van de inhoud van het programma is de traditie ver te zoeken. Dat bleek geen enkel bezwaar.

In het Nederlandse openingslied “Herders hij is geboren” zette het Westfries Mannenkoor direct de toon en bepaalde tevens de sfeer van dit concert.

Er werd attent, precies en gedoseerd gezongen, met veel aandacht voor de totale harmonie en de afwisseling in sterkte. Voor het Franse repertoire hierna waren het vrouwenensemble en de solisten

nodig.

Het betrekken van dit ensemble bij het concert is een aantal jaren geleden al een gouden greep gebleken en ook ditmaal was het aandeel te rechtvaardigen. De numerieke minderheid kan het in kracht eenvoudig opnemen tegenover het mannenaantal. Er is in het zingen evenwicht. En het repertoire vraagt ook om een brede meerstemmigheid in delen uit de “Messe de Minuit” (Charpentier), ’1’Enfance du Christ’ (Berlioz) en het ’Oratorium de Noël’ (Saint Saens). Er kwamen hiermee diverse stijlperioden aan bod en dat leverde een hoge mate van afwisseling op. Het plezier in het zingen spatte er als het ware van af, Het inspireerde het grote gezelschap tot een interpretatie die de aandacht van de toehoorders volledig vast wist te houden en in ieder onderdeel bleef boeien. Alles paste precies op zijn plaats en de bijdragen van de solisten werden daarbinnen

naadloos toegevoegd.

Na de pauze presenteerde het koor op overtuigende wijze eerst  een blok waarin liederen van Schubert en fragmenten uit opera’s van Bellini en Verdi de hoofdmoot vormden. Niet het geijkte repertoire en de platgetreden paden. Ook hier weer de aandacht voor het detail. Niet alleen in het echte koorwerk, maar ook in samenhang met solistische bijdragen. En ook hier een vleugje Frans met het ’Agnus Dei’ van Bizet.

In het laatste blok kwam de samenwerking met Westfrisia nogmaals aan bod. Een tikkeltje opera en een zweempje Russische kerkmuziek vormden de aanloop naar een mooie finale met kerstliederen. Tot en met de traditionele toegift in ’We wish you a merry Christmas’.

Men zou kunnen overwegen om toelichtingen te laten presenteren door iemand die niet direct met of in het koor, bezig is. Inhoudelijk is er nu niets mis mee. Maar het geeft wel steeds een zekere mate van onrust. Als die factor is verdwenen, zal het traditionele concert een nog diepere indruk achterlaten.

HENDRIC VAN DOORN