Interview

Ieder mens kan zingen. Dat is in de loop van de tijd wel bewezen. Lang niet iedereen brengt deze mogelijkheid echter in praktijk. Gelukkig heeft Nederland vele koren waarin mensen actief zijn.
Dat is ook het geval bij het Westfries Mannenkoor. In hun thuishaven Wognum wordt iedere donderdag, onder leiding van dirigent Andre Kaart, gerepeteerd en aan de verfijning van het repertoire gewerkt.
Op onze website willen wij geregeld aandacht besteden aan leden van het koor. Deze keer is dat: Piet Langedijk
.

Piet Langedijk is niet meer weg te denken bij het Westfries Mannenkoor. Al 37 jaar maakt hij iedere donderdagavond de reis naar Wognum, om zich daar uit te leven op de wekelijkse repetitie.

Want zingen is zijn lust en zijn leven. Zelf zegt de 78-jarige Heerhugowaarder het niet met zoveel woorden, maar een repetitie zal hij niet snel aan zich voorbij laten gaan, laat staan dat hij verstek laat gaan bij een concert.

Al heel vroeg is Piet met zingen begonnen. Bij het Jongerenkoor in De Weere zette hij de eerste stappen, waarna het gemengde koor Maria Christina volgde. "En natuurlijk het kerkkoor," laat hij weten. Ook daar had hij heel wat noten op zijn zang en misschien was hij in zo’n koor nog wel actief als de tijd dat niet achterhaald had.

Voordat de zang bij het kerkkoor aan zijn eind kwam werd Piet Langedijk echter onder de wapenen geroepen, waarna een verhuizing naar De Rijp volgde. In deze nieuwe omgeving stortte hij zich op de operette. "In vijf operettes heb ik meegezongen, onder andere in der Bettelstudent en de Vogelkoopman. In de eerstgenoemde mocht ik zelfs een solo voor mijn rekening nemen."

Nadat weer een verkassing was gevolgd, Heerhugowaard werd nu de woonplaats, volgde weer een kerkkoor. Dit optreden duurde echter aanzienlijk korter. Piet: "Door de verandering van de Latijnse mis naar het Nederlands viel het koor uit elkaar. Het was echter wel de aanzet voor mijn lidmaatschap van het Westfries Mannenkoor. Joop Mooi was toen voorzitter en die kwam, samen met Gerard van Ophem (de huidige voorzitter), bij me langs met de vraag of ik er voor voelde om lid te worden van het Westfries Mannenkoor. Ik had echter geen vervoer tot mijn beschikking, maar ook daar wisten de heren raad op. Gerard was in die tijd namelijk ambtenaar in de gemeente Langedijk (!), waarmee het vervoer geregeld was. Iedere week werd ik opgehaald en weer netjes thuis afgeleverd. Tot op de dag van vandaag ben ik het Westfries Mannenkoor trouw gebleven, al kom ik nu wel op eigen gelegenheid (auto) naar Wognum."

In Jan Stam kreeg Piet in Wognum, de thuishaven van het Westfries Mannenkoor, zijn dirigent. "Een hele muzikale man, die echter nog wel eens bruut kon optreden. Onder diens leiding werden ook concoursen bezocht, want Jan Stam was een streber. Onder André Kaart, die na verloop van tijd Stam opvolgde, gebeurde dat niet meer. André Kaart is een dirigent die andere prioriteiten legt. Maar daardoor is mijn plezier in zingen niet afgenomen hoor."

Het zal niemand verwonderen dat de eerste tenor uit Heerhugowaard al heel wat heeft meegemaakt met het Westfries Mannenkoor. "Noem maar op: van concerten en vakantiereizen tot plaat- en cd-opnamen, ik was er altijd." Maar nu dreigt er wat het er altijd zijn betreft een kink in de kabel te komen. Voor 9 en 10 juni staat namelijk weer een cd-opname op het programma. "En daar zal ik waarschijnlijk niet bij kunnen zijn," aldus Piet. "Ik ben op die datum namelijk vijftig jaar getrouwd. Dan staat er een weekend weg met de kinderen en kleinkinderen op het programma. En dat krijgt echt voorrang."

Begin met Piet niet over vervelen wat betreft het zingen. "Dat verveelt immers nooit. Ondanks dat ik er toch iedere week dertig kilometer voor moet reizen doe ik het nog steeds met veel plezier. Als het plezier er niet meer is, moet je inderdaad stoppen. Maar daar denk ik voorlopig nog niet aan."